3. Geschiedenis

Château La Roche Hue – l´histoire.

Al vele eeuwen lang staat deze bijzondere plek bekend onder een groot aantal schrijfwijzen van dezelfde naam: onder meer Larochue, La Rochehue en La Roche-Hue. De geschiedenis van de laatste zes en een halve eeuw is redelijk bekend. Ter gelegenheid van het 10-jarig jubileum van de Nederlandse bewoning in Château de la Roche Hue, in maart 2007, hebben Louk Sier en Machteld Streefkerk een geschiedenis van La Roche Hue geschreven aan de hand van gegevens uit archieven en mondelinge en schriftelijke overlevering. Het boekje is verkrijgbaar bij de Rentmeester. Onderstaande is hieruit ontleend:

De periode De Domaigne 1333 – 1722
Er bestaat een koopakte uit 1333 in de Nationale Archieven in Parijs, waaruit blijkt dat er in dat jaar terreinen zijn verkocht aan Guillaume, Seigneur van La Roche Hue en van Aubignelle (het huidige manoir Haupignel): ”…300 livres de tournois de rente…, sur le manoir dudit lieu, situe paroisse de Chevire le Rouge et sur ses dependances.”

In 1345 wordt dochter Marguerite de La Roche Hue geboren, die op 20-jarige leeftijd huwt met Guyon de Domaigne, een Bretons edelman, op de zaterdag na kerstmis in 1365. De bruidegom erft van de vader van Marguerite de titel van Seigneur de La Roche Hue. Het geslacht De Domaigne zal elf generaties gedurende 400 jaar ononderbroken eigenaar zijn van de Seigneurie.

Bekend is ook dat er in 1625 een duel om een vrouw of om geld (of beide) plaats vindt tussen de Seigneur de la Roche Hue, Pierre de Domaigne, en de Marquis de Jarze, Francois du Plessis, op de ”Pre aux Clercs” in Parijs. Pierre de Domaigne laat hierbij het leven. De Marquis wordt vervolgens door koning Louis XIII gevrijwaard van alle financiele en morele gevolgen van zijn daad. Uit de acte blijkt dat de familie De Domaigne wel ererechten krijgt, zoals bankrecht in de kerk en het recht om in het koor van de kerk begraven te worden.

In de jaren die volgen op de dood van de duelleerder zijn de betrekkingen tussen de buren explosief. Aan de ene kant wordt Louis II de Domaigne, die zijn gedode broer is opgevolgd, beschouwd als een van de meest geweldadige edelen van de provincie Anjou. Tegenover hem staat aan het hoofd van de heren-buren de doder van zijn broer tot aan zijn dood in 1642 en daarna diens zoon, ook de ”gek der gekken” genoemd en in staat tot de meest onvoorziene daden.

In 1652, tijdens de laatste oprisping van de ”Fronde” (oproerige partij tijdens de minderjarigheid van Louis XIV), staan de beide families opnieuw tegenover elkaar. Anna van Oostenrijk, de regentes van Louis XIV, doet een oproep aan de meest ontvankelijke edelen om de ”Fronde Angevine” te smoren. Louis II de Domaigne, met een familienaam die verwijst naar de oude vazallentrouw, meldt zich aan op 18 februari 1652. De ”gek der gekken” loopt over naar de andere partij. In de strijd die ontbrandt bij Pont-de-Cle komt de Chevalier de Jarze, de broer van de Marquis de Jarze, om. Nu is de dood gelijk verdeeld tussen de twee buren.

Over de ontwikkeling van beide families komen we weer iets te weten in 1683. Louis III de Domaigne is aanwezig bij de doop van de kerkklok van Chevire-le-Rouge. Bij zulke gelegenheden zijn het beschermheerschap en de keuze van de naamgeving bij de doop voorbehouden aan de heer van de daarvoor geeigende heerlijkheid. Meestal wordt de naam gekozen van de heer of van diens echtgenote. De netelige situatie is nu dat het beschermheerschap door beide families wordt betwist. Een oplossing wordt gevonden: aan de zijde van de heer van La Roche Hue is de weduwe van de Marquis de Jarze, Marie-Louise de Saint Offange, aanwezig. Beiden treden op als peter en meter voor de klok, genaamd Louise. De naam is door de voorzienigheid ingegeven, omdat zij gemeenschappelijk is voor beide beschermers.

De familie De Domaigne heeft boven haar stand geleefd of financiele tegenslagen moeten verwerken: onder Louis III de Domaigne wordt de grond van La Roche Hue geveild op verzoek van het gerechtshof bij decreet in 1723 en het wordt toebedeeld aan een van de buren waarbij hij in het krijt staat. Een pijnlijke zaak nadat het 400 jaar in het bezit is geweest van dezelfde familie. Bovendien aast du Plessis de Jarze op uitbreiding van het grondgebied. Door verkrijging van het naburige leengoed zou in een klap het hangende geschil over de feodale rechten tussen beide families zijn opgelost. De du Plessis hebben krachtens leenrecht een voorkeursrecht in het geval van verkoop van La Roche Hue.
Louis III de Domaigne probeert met een list het voorkeursrecht te omzeilen door het landgoed te laten kopen door een verre neef. De Marquis de Jarze ziet echter niet werkloos toe. Eerst langs legale weg en daarna met ”overtuigingskracht” krijgt hij toch het landgoed in handen bij acte van 21 juli 1723. De verrassende dood van de Marquis de Jarze, de nieuwe heer van La Roche Hue, op 28 augustus 1723 brengt de twisten tussen beide families tot een definitief einde.

De periode de Perusse des Cars de Saint Ybard 1749 – 1860
De Marquis de Jarze heeft geen directe nakomelingen. Na een langdurige erfkwestie gaat La Roche Hue naar een nicht van de weduwe van de Marquis; Marie Franciose de Verthamon, echtgenote van de comte de Perusse des Cars de Saint Ybard. In 1751 wordt de kapel ingewijd. Deze heeft waarschijnlijk gestaan op de plaats waar nu de notenboom bij het zwembad staat.

Hun vier zoons brengen veel tijd door op La Roche Hue; de oudste zoon is de Marquis des Cars, dan de Comte des Cars, de Marquis de Persusse en als jongste de Marquis de Saint Ybard die La Roche Hue op zijn beurt erft. Hij trekt zich terug als kapitein van de cavalerie om zich te wijden aan zijn neefjes, die voortijdig hun vader hebben verloren, en aan het beheer van de talloze familiedomeinen van de des Cars. Hij overlijdt op 82-jarige leeftijd in het naburige Bauge.

Francois des Cars, neef van de Marquis de Saint Ybard, erft na de Franse Revolutie het Château de La Roche Hue. Aan hem worden verscheidene geheime missies naar Parijs, naar Louis XVI, toevertrouwd. Zo proberen verschillende families in de Baugeois zich enerzijds gedeisd te houden in de dagelijkse gebeurtenissen in de revolutionaire tijd, en anderzijds betrokken te zijn bij de netwerken van de Parijse koningsgezinde opstandelingen.

De periode de La Bouillerie 1866 – 1947
Rond 1866 wordt het Château gekocht door Joseph Comte Roullet de la Bouillerie (1822 – 1894) en zijn vrouw Sophie Delahante (1839 – 1897).

Joseph is een royalist, zoals gebruikelijk in de adel, en onderhoudt vele contacten met de katholieke kerk en met andere monarchisten die strijden voor de terugkeer van het koningshuis. Hij is afkomstig van een oude familie van diplomaten en politici die ook onder Napoleon dienen. Zijn vrouw is de dochter van een grote bankier.
Zij kopen het landgoed met dan 17de eeuwse pand, waarvan Celestin Port, de chroniekschrijver die in de 19de eeuw de Angevijnse kastelen beschrijft, zegt: ”…le Château la Roche Hue, haut logis rectangulaire reconstruit au XVII ieme siecle, a quelque distance de l’habitation antique a peu pres ruinee…”. Het echtpaar wil het als pied a terre omvormen voor de beoogde koning, de toenmalig Comte de Chambord, de toekomstige Henri V.

Na de Franse Revolutie vetroeft het beoogd koningshuis in ballingschap in het Oostenrijkse Frohsdorf. Er bestaat een schaduw-politieke structuur voor het geval de monarchie kan worden hersteld en Joseph onderhoudt mondelinge en schriftelijke conacten met de banneling en zijn gevolg. Hij bezoekt de Comte de Chambord ook. De pogingen om Henri V op de troon te krijgen, hebben echter, zoals bekend, geen succes. Henri V sterft in 1883, dus voordat hij het door Joseph vernieuwde paleis La Roche Hue kan zien dat in 1887 met een groot feest wordt geinaugureerd.

Het echtpaar de La Bouillerie geeft in 1866 de beroemde architect Bibard uit Angers de opdracht om hun kasteel te veranderen of nieuw te bouwen in neo-renaissance stijl, erg in trek aan het eind van de 19de eeuw. Zij laten in hun palies de open haarden met Franse lelies (het embleem van Bourbon) versieren laten de escalier d’honneur ontwerpen naar het model van Chambord om de beoogd koning zich thuis te laten voelen. Joseph is een gedesillusioneerd man na het overlijden van Henri V en wijdt zich voortaan aan godsdienstige en sociale zaken. Hij geeft onder andere opdracht voor de bouw van het Asyle (armenhuis) en de katholieke lagere school, de ecole St Jacques in Chevire-le-Rouge. De Comte en Comtesse overlijden in Chevire-le-Rouge en zijn begraven op het kerkhof in het dorp in de graftombe van de famili de La Bouillerie.

Na verschillende eigenaren wordt La Roche Hue in 1934 nogmaals binnen de familie verkocht aan Marie-Josephe-Pauline-Adelaide Roullet, getrouwd in 1932 met Jacques-Ferdinand-Louis Vicomte de la Lande de Calan. Hun dochter Jacqueline Delaunoy gaat na een verblijf van een aantal jaren in Algerije in de buurt van het Château wonen en schenkt aan de Mairie in Chevire-le-Rouge een terra cotta buste van haar voorvader Comte Joseph de La Bouillerie. Aan de kerk in Chevire-le-Rouge schenkt zij een mooi leren etui met een ivoren ”Christus aan het kruis tussen de Maagd en Sint Johannes” en ook prachtige misgewaden die nog te bezichtigen zijn in de kerk.

De periode Ollivier – Tollet 1947 – 1961
In 1947 wordt het landgoed verkocht aan de niet-adelijke madame Olivier. Een geadopteerde zoon, Emmanuel Tollet, trouwt met Marguerite Dupre, dochter van Marcel Dupre, een bekende Franse componist en organist. Deze Marcel Dupre speelt op het orgel van de kerk in Chevire-le-Rouge ter gelegenheid van de bruiloft van zijn dochter en is vaak te gast op La Roche Hue en speelt dan op het orgel bij de open haard van de bibliotheek.

Er is bekend wie er in die tijd op La Roche Hue werken: Joseph Poulain wordt net als zijn vader en grootvader smid op het landgoed gedurende 33 jaar. De heer en mevrouw Pays arriveren in 1948 in het Château en gaan wonen in de ”Maison du Jardinier” in de Orangerie. De heer Pays is er tot 1967 tuinman en zijn vrouw zorgt voor de was van de nieuwe Châteaubewoners met behulp van een grote kookketel in een van de grote haarden in de Orangerie. De tuinman en zijn vrouw vertellen, als zij in 1999 in het Château komen kijken, dat zij toegang hadden tot de caves onder het Château om er goede wijn te halen.

De periode 1961 – 1985
La Roche Hue wordt in 1961 verkocht aan het bedrijf Electricite et Gaz d’Algerie (E.G.A) als de Fransen nog in oorlog zijn met hun kolonie Algerije. Het landgoed wordt getransformeerd tot vakantiekolonie voor de zonen van het personeel (de dochters worden ondergebracht in de Franse Alpen). Het terrein is dan groter dan het huidige. De boerderij die aan de Orangerie grenst wordt verkocht aan Jean en Jacqueline Delaunoy.

In eerste instantie wordt het tehuis gebruikt voor kinderen van de Franse werknemers van EGA die moeten remigreren na de verzelfstandiging van Algerije. Later zoekt EGA een andere bestemming, maar het Château staat decennia leeg, ondanks de pogingen van de toenmalige burgemeester om er een internationale school te vestigingen. Het Château valt ten prooi aan vandalisme.

De periode 1985 – 1997
In 1985 kopen Laurette en Alex Hussey het landgoed en vormen het Château om tot een appartementenhotel. Zij renoveren het Château dat in uitgewoonde staat verkeert. De familie Hussey laat het zwembad aanleggen en de ”Groene Salon” wordt gerestaureerd en opnieuw gedecoreerd bij de gelegenheid van de bruiloft in 1993 van hun dochter.

Als er onvoldoende geld blijkt te zijn, wordt het park verwaarloosd en het landgoed wordt in het begin van de jaren ‘90 weer te koop aangeboden. Eerst wordt opnieuw een deel van de grond verkocht aan de buren Delaunoy. Ook de boerderij in de verte ten Zuiden van het Château, waarvan het vermoeden bestaat dat die eeuwenlang de bakkerij van het Château is geweest, wordt verkocht.

De periode de Nederlanders 1997 – ….
In 1997 komt een Nederlandse makelaar, Hans Musegaas, La Roche Hue tegen. Hij vindt dat veel chateaux in Frankrijk verkommeren wegens een tekort aan onderhoud en dat het mogelijk moet zijn om met een groep een kasteel te kopen en gezamenlijk de restauratie en het onderhoud te bekostigen. Enerzijds onderhandelt hij met de Husseys over de aankoopprijs, anderzijds krijgt hij in Nederland een groep geinteresseerden bij elkaar. Met succes; in hetzelfde jaar wordt het Château aangekocht. Een enorm project om een en ander te restaureren is opnieuw begonnen.

Vandaag kunt u genieten van het landgoed en de gebouwen; veel plezier!